Plaatjessystemen

Plaatjessystemen hebben een beperkt aantal toetsen waarmee een vast aantal boodschappen overgebracht kan worden. De systemen zijn bedoeld voor kinderen met een beginnend communicatief niveau, of volwassenen met een zeer beperkt cognitief niveau.

Onder elke toets kan een spraakboodschap opgenomen worden. Hiervoor hebben de systemen een ingebouwde microfoon. Wanneer de gebruiker een toets selecteert, wordt de boodschap uitgesproken. Plaatjessystemen zijn doorgaans vrij groot van formaat, maar licht van gewicht, want ze moeten gemakkelijk meegenomen kunnen worden. Verder zijn de apparaten robuust uitgevoerd en hebben ze een goede geluidskwaliteit en instelbaar volume.

Lees meer

Aantal toetsen Het aantal toetsen van plaatjessystemen kan oplopen tot 128. In de praktijk is 32 toetsen voor een plaatjessysteem echter wel het maximum. Bij een groter aantal toetsen worden deze erg klein. Bovendien zijn gebruikers die met meer toetsen kunnen omgaan vaak wel toe aan een dynamisch communicatiehulpmiddel.

Sommige systemen hebben een flexibele indeling, wat inhoudt dat het aantal toetsen instelbaar is. Zo kan het apparaat meegroeien met het niveau van de gebruiker en uiteindelijk een goede opstap vormen naar een dynamisch systeem.

Raster Plaatjessystemen zijn doorgaans voorzien van een raster, waardoor de toetsen duidelijk van elkaar gescheiden worden. Onder het raster kan een papieren communicatiekaart worden geschoven, waarop pictogrammen of andere afbeeldingen zijn afgedrukt. Zo heeft elke toets zijn eigen afbeelding. Bij apparaten met een flexibele indeling zijn de rasters verwisselbaar.

Niveaus Heeft het apparaat meerdere niveaus, dan kunnen op elk niveau verschillende spraakboodschappen opgenomen worden. Zo kan het systeem gebruikt worden in verschillende situaties, bijv. thuis, op school, in de dierentuin, etc. Door een begeleider is het apparaat snel aan te passen aan de situatie, door eenvoudig een ander niveau in te stellen en een andere kaart in het apparaat te plaatsen.

Het niveau kan ingesteld worden met behulp van een knop op het apparaat. Er zijn ook plaatjessystemen met automatische kaartherkenning.

Bediening Standaard worden plaatjessystemen bediend door de toetsen in te drukken. Sommige plaatjessystemen hebben daarnaast aansluitingen voor externe schakelaars. Bij apparaten met een kleiner aantal toetsen kunnen soms evenzoveel schakelaars aangesloten worden. De toetsen worden dan een-op-een overgenomen door de schakelaars.

Daarnaast zijn er apparaten die scannend bediend kunnen worden. Op scannende apparaten worden een of twee schakelaars aangesloten. Op de toetsen bevinden zich lichtjes, die een voor een gaan branden. Brandt het lichtje van de gewenste toets, dan activeert de gebruiker zijn of haar schakelaar. De scansnelheid is instelbaar en soms ook de scanvolgorde. Heeft de gebruiker twee schakelaars, dan kan hij of zij de snelheid zelf bepalen door met de ene schakelaar de toetsen te doorlopen en met de andere te activeren. In plaats van lichtjes kunnen sommige plaatjessystemen de toetsen ook aanduiden door middel van auditieve “cues”. Dit zijn korte spraakopnames die, al dan niet door een koptelefoon, duidelijk maken welke spraakboodschap zich onder de knop bevindt.

Dankzij deze alternatieve bedieningsmogelijkheden kunnen de plaatjessystemen ook door cliënten met onvoldoende handfunctie en/of een visuele beperking gebruikt worden.

Aansluitmogelijkheden Het plaatjessysteem kan bovendien een of twee aansluitingen hebben voor aangepast speelgoed op batterijen. In dat geval kan speelgoed met behulp van een mini-jackkabeltje op het systeem aangesloten worden. De gebruiker kan het speelgoed vervolgens met zijn plaatjessysteem bedienen, waarbij eventueel gelijktijdig een spraakboodschap (of liedje) klinkt.

Daarnaast zijn er systemen die beschikken over een infrarood zender, die het mogelijk maakt afstandbedienbare spelmaterialen of andere apparaten met behulp van de toetsen van het plaatjessysteem te bedienen. De zender wordt eenvoudig geprogrammeerd met behulp van de originele afstandsbediening.

Communicatiekaarten De papieren communicatiekaarten kunnen met behulp van speciale software op de pc gemaakt en afgedrukt worden. Dankzij deze speciale software krijgen de kaarten en toetsen exact de juiste afmetingen.

Onderlinge verschillen Plaatjessystemen verschillen onderling van elkaar in:

  • Aantal toetsen en flexibiliteit
  • Aantal niveaus en automatische niveauherkenning
  • Opnamecapaciteit
  • Bedieningsmogelijkheden
  • Aansluitmogelijkheden
  • Extra functies

Plaatjessystemen hebben een beperkt aantal toetsen waarmee een vast aantal boodschappen overgebracht kan worden.

Lees meer

De systemen zijn bedoeld voor kinderen met een beginnend communicatief niveau, of volwassenen met een zeer beperkt cognitief niveau.

Onder elke toets kan een spraakboodschap opgenomen worden. Hiervoor hebben de systemen een ingebouwde microfoon. Wanneer de gebruiker een toets selecteert, wordt de boodschap uitgesproken. Plaatjessystemen zijn doorgaans vrij groot van formaat, maar licht van gewicht, want ze moeten gemakkelijk meegenomen kunnen worden. Verder zijn de apparaten robuust uitgevoerd en hebben ze een goede geluidskwaliteit en instelbaar volume.

Aantal toetsen Het aantal toetsen van plaatjessystemen kan oplopen tot 128. In de praktijk is 32 toetsen voor een plaatjessysteem echter wel het maximum. Bij een groter aantal toetsen worden deze erg klein. Bovendien zijn gebruikers die met meer toetsen kunnen omgaan vaak wel toe aan een dynamisch communicatiehulpmiddel.

Sommige systemen hebben een flexibele indeling, wat inhoudt dat het aantal toetsen instelbaar is. Zo kan het apparaat meegroeien met het niveau van de gebruiker en uiteindelijk een goede opstap vormen naar een dynamisch systeem.

Raster Plaatjessystemen zijn doorgaans voorzien van een raster, waardoor de toetsen duidelijk van elkaar gescheiden worden. Onder het raster kan een papieren communicatiekaart worden geschoven, waarop pictogrammen of andere afbeeldingen zijn afgedrukt. Zo heeft elke toets zijn eigen afbeelding. Bij apparaten met een flexibele indeling zijn de rasters verwisselbaar.

Niveaus Heeft het apparaat meerdere niveaus, dan kunnen op elk niveau verschillende spraakboodschappen opgenomen worden. Zo kan het systeem gebruikt worden in verschillende situaties, bijv. thuis, op school, in de dierentuin, etc. Door een begeleider is het apparaat snel aan te passen aan de situatie, door eenvoudig een ander niveau in te stellen en een andere kaart in het apparaat te plaatsen.

Het niveau kan ingesteld worden met behulp van een knop op het apparaat. Er zijn ook plaatjessystemen met automatische kaartherkenning.

Bediening Standaard worden plaatjessystemen bediend door de toetsen in te drukken. Sommige plaatjessystemen hebben daarnaast aansluitingen voor externe schakelaars. Bij apparaten met een kleiner aantal toetsen kunnen soms evenzoveel schakelaars aangesloten worden. De toetsen worden dan een-op-een overgenomen door de schakelaars.

Daarnaast zijn er apparaten die scannend bediend kunnen worden. Op scannende apparaten worden een of twee schakelaars aangesloten. Op de toetsen bevinden zich lichtjes, die een voor een gaan branden. Brandt het lichtje van de gewenste toets, dan activeert de gebruiker zijn of haar schakelaar. De scansnelheid is instelbaar en soms ook de scanvolgorde. Heeft de gebruiker twee schakelaars, dan kan hij of zij de snelheid zelf bepalen door met de ene schakelaar de toetsen te doorlopen en met de andere te activeren. In plaats van lichtjes kunnen sommige plaatjessystemen de toetsen ook aanduiden door middel van auditieve “cues”. Dit zijn korte spraakopnames die, al dan niet door een koptelefoon, duidelijk maken welke spraakboodschap zich onder de knop bevindt.

Dankzij deze alternatieve bedieningsmogelijkheden kunnen de plaatjessystemen ook door cliënten met onvoldoende handfunctie en/of een visuele beperking gebruikt worden.

Aansluitmogelijkheden Het plaatjessysteem kan bovendien een of twee aansluitingen hebben voor aangepast speelgoed op batterijen. In dat geval kan speelgoed met behulp van een mini-jackkabeltje op het systeem aangesloten worden. De gebruiker kan het speelgoed vervolgens met zijn plaatjessysteem bedienen, waarbij eventueel gelijktijdig een spraakboodschap (of liedje) klinkt.

Daarnaast zijn er systemen die beschikken over een infrarood zender, die het mogelijk maakt afstandbedienbare spelmaterialen of andere apparaten met behulp van de toetsen van het plaatjessysteem te bedienen. De zender wordt eenvoudig geprogrammeerd met behulp van de originele afstandsbediening.

Communicatiekaarten De papieren communicatiekaarten kunnen met behulp van speciale software op de pc gemaakt en afgedrukt worden. Dankzij deze speciale software krijgen de kaarten en toetsen exact de juiste afmetingen.

Onderlinge verschillen Plaatjessystemen verschillen onderling van elkaar in:

  • Aantal toetsen en flexibiliteit
  • Aantal niveaus en automatische niveauherkenning
  • Opnamecapaciteit
  • Bedieningsmogelijkheden
  • Aansluitmogelijkheden
  • Extra functies

SuperTalker

Eenvoudig en flexibel communicatiehulpmiddel met één tot acht grote toetsen.

Tech/Speak

Communicatiehulpmiddel met 32 toetsen.

GoTalk 4+

Lichtgewicht communicatiehulpmiddel voor beginners, met 4+2 grote toetsen.

GoTalk 20+

Lichtgewicht communicatiehulpmiddel voor beginners, met 20+5 grote toetsen.

QuickTalker

Eenvoudig lichtgewicht communicatiehulpmiddel voor beginners.

ProxTalker

Communicatiehulpmiddel met verplaatsbare symboolkaartjes en spraak.

Tech/Talk

Communicatiehulpmiddel met 8 grote toetsen.

GoTalk 9+

Lichtgewicht communicatiehulpmiddel voor beginners, met 9+3 grote toetsen.

GoTalk Pocket

Zakformaat communicatiehulpmiddel voor beginners.