SHX voor EMB

SHX voor Autisme

SHX voor Dementie

SHX in de Revalidatie

SHX in het Onderwijs

SHX voor Thuis

De leerpiramide

De leerpiramide

Een SHX snoezelruimte biedt oneindig veel mogelijkheden om cliënten in hun ontwikkeling te stimuleren. Maar hoe doet u dat nou precies? Welke activiteiten kiest u en waarom? En hoe past u op een zinvolle manier eigen materialen toe?

De leerpiramide is een verhelderende theorie die u hierbij op weg kan helpen. Veel van de kant-en-klare materialen binnen de SHX software zijn gebaseerd op deze leerpiramide. Maar het biedt ook houvast bij het ontwikkelen van uw eigen activiteiten. Zo maakt u op een onderbouwde manier gebruik van het SHX systeem en kunt u uw cliënten optimaal stimuleren in hun ontwikkeling met materialen die steeds nieuwe uitdagingen bieden. Wij lichten deze leerpiramide daarom graag voor u toe!

Wat is de leerpiramide?
In 1991 bedachten ergotherapeut Kathleen Taylor en docent speciaal onderwijs Maryann Trott de theorie van de leerpiramide. Hun uitgangspunt hierbij was dat het leerproces van kinderen zich vanuit een brede basis ontwikkelt en dat de sensorische integratie, het verwerken van zintuiglijke informatie, een grote rol speelt bij deze ontwikkeling. De ergotherapeuten Williams en Shellenberger voegden in 1996 een verhelderende afbeelding toe aan de theorie van de leerpiramide. Nog altijd wordt deze wereldwijd gebruikt bij de begeleiding van cliënten met uiteenlopende problematiek. De piramide laat zien op welke manier ons lichaam prikkels en informatie vanuit de wereld om ons heen organiseert en maakt inzichtelijk hoe zintuigen en vaardigheden met elkaar samenhangen.

De ontwikkeling van baby’s en jonge kinderen begint met het leren beheersen van fysieke en sensorische vaardigheden. Onze zeven zintuigen vormen hierbij de fundamentele bouwstenen, die zelfs al voor de geboorte actief zijn. Naarmate we groeien, verwerven we normaalgesproken steeds meer vaardigheden. Maar als de bouwstenen voor dit leerproces niet goed op hun plek liggen, dan kunnen er problemen optreden in onze ontwikkeling. Met SHX is het mogelijk om aan al deze bouwstenen te werken, zodat ook achterblijvende of verstoorde bouwstenen gestimuleerd worden.

Fundament en de sensorische systemen
De leerpiramide verbeeldt een manier van kijken naar het hele individu. De basis, of het fundament van de piramide wordt gevormd door het centraal zenuwstelsel, dat directe ondersteuning biedt aan de tweede laag, de sensorische systemen oftewel de zintuigen. Deze sensorische systemen zijn uiterst belangrijk voor de basale beleving van het eigen lichaam: weten wie je bent en waar jouw lichaam ophoudt. De sensorische systemen bestaan uit:

  • Tast: het gevoel op onze huid, hieronder vallen druk, pijn en temperatuur.
  • Evenwicht: het evenwichtsorgaan in het binnenoor geeft informatie door aan de hersenen over de stand van het hoofd, visuele informatie die wordt waargenomen en het gevoel in de spieren en pezen. Het ontwikkelt zich door beweging zoals glijden, schommelen, draaien en springen.
  • Proprioceptie: het vermogen om de positie van het eigen lichaam en de lichaamsdelen te bepalen. Deze informatie is afkomstig van de werking van gewrichten en spieren en ook dit zintuig ontwikkelt zich door beweging: duwen, trekken, zware en vreemde objecten tillen, klimmen.
  • Reuk: waarnemen wat je ruikt.
  • Visus: waarnemen wat je ziet zoals kleur, vorm, grootte, beweging.
  • Gehoor: waarnemen wat je hoort zoals ritme, luidheid, simpele en meer complexe geluiden.
  • Smaak: waarnemen wat je proeft zoals zoet, zout, zuur, bitter.

Met SHX kunt u activiteiten kiezen of maken die de individuele zintuigen aanspreken. Voor cliënten met een laag niveau kiest u aanvankelijk activiteiten die een beroep doen op afzonderlijke zintuigen, bijvoorbeeld de visus: u laat de gehele ruimte in een bepaalde kleur oplichten. Later kunt u de prikkel ingewikkelder maken door bijvoorbeeld een enkele lamp op te laten lichten of de lichtprikkel door de ruimte te verplaatsen met de lichtslang. Nog iets complexer is het aanbieden van meerdere visuele prikkels door bv. verschillende lichtbronnen tegelijk op te laten lichten of afbeeldingen van verschillende vormen te laten verschijnen, eerst met dezelfde kleuren, later allemaal verschillend.

Zo zijn er mogelijkheden om individuele zintuigen te prikkelen of, in een later stadium, complexere activiteiten aan te bieden om meerdere zintuigen tegelijk te stimuleren. Koppel bijvoorbeeld geluiden aan herkenbare afbeeldingen: een zingende vogel, geluid en beeld van een regenbui of een rijdende auto. Op het niveau van de sensorische systemen is het belangrijk de gebruiker veel tijd te geven om op de aangeboden stimuli te reageren. Soms moet u een stap terug doen of activiteiten vaak herhalen. De reactie van uw cliënt kan heel klein en subtiel zijn, dus wees alert, geef de tijd en laat merken dat u hun reactie heeft opgemerkt!

De sensomotorische ontwikkeling
Uit een adequate registratie en verwerking van informatie van de sensorische systemen volgt een adequate sensomotorische ontwikkeling, dit is de derde laag in de piramide. Deze omvat:

  • Houdingszekerheid: het gevoel van veiligheid en zekerheid wanneer we bewegen in de ruimte en onze positie veranderen in relatie tot de zwaartekracht. Houdingszekerheid voorkomt dat je valt.
  • Bewustzijn twee lichaamszijden: het besef dat het lichaam een linker- en een rechterzijde heeft.
  • Motorische planning: het vermogen om bewegingen te plannen.
  • Lichaamsbesef: bewustzijn van de verschillende lichaamsdelen en wat je ermee kan doen, dit ontstaat door beweging.
  • Reflexontwikkeling: de ontwikkeling van reflexen, deze zorgen er bv. voor dat je je niet brandt of op tijd reageert op gevaar.
  • Vermogen informatie te filteren: kunnen onderscheiden welke sensorische ervaringen belangrijk zijn en welke minder belangrijk.

Ook voor de sensomotorische bouwstenen van de leerpiramide kunt u activiteiten bedenken met de verschillende materialen in een SHX snoezelruimte. Zo kunt u bij uw cliënt het bewustzijn stimuleren dat het lichaam bestaat uit meerdere zijden door het vibrerende kussen op verschillende plaatsen tegen het lichaam te drukken. Kies de favoriete muziek van de gebruiker en laat hen het ritme afwisselend links en rechts of op de borst of rug ervaren.

Heeft uw cliënt moeite met de motorisch planning van bewegingen? Stel dan bijvoorbeeld de bubbelbuis zo in dat er alleen een bubbel verschijnt als de gebruiker op een aangesloten schakelaar drukt. U kunt dit laten doen op een willekeurig moment of, als de cliënt al wat verder is in zijn ontwikkeling, nadat u een opdracht gegeven heeft. Voor de ontwikkeling van het lichaamsbesef kunt u de gebruiker laten rollen met de reuzendobbelsteen. Iedere keer dat de dobbelsteen op een andere zijde wordt gerold, verschijnt er een andere scène in de projectie of verandert de ruimte van kleur. Moedig cliënten aan verschillende lichaamsdelen te gebruiken om de dobbelsteen te rollen. Naast het stimuleren van het lichaamsbesef door gevarieerd te bewegen, bevordert deze activiteit ook weer het bewustzijn van de verschillende lichaamszijden.

De perceptueel-motorische ontwikkeling
De sensomotorische ontwikkeling ondersteunt vervolgens de vierde laag van de leerpiramide, de perceptueel-motorische ontwikkeling. Hieronder vallen:

  • Oog-handcoördinatie: het vermogen om acties uit te voeren die het gelijktijdig gebruik van de ogen en handen vereisen.
  • Visueel-motorische controle: het vermogen dingen in de omgeving te lokaliseren en de blik hierop te fixeren.
  • Houdingsregulatie: het vermogen de houding aan te passen om het lichaam in balans te houden.
  • Auditieve taalvaardigheden: het vermogen adequaat te luisteren en spreken.
  • Visueel-ruimtelijk inzicht: het vermogen afstanden en verhoudingen in de omgeving in te schatten en verbanden te zien tussen informatie die wordt waargenomen.
  • Aandachtsfuncties: het vermogen de aandacht voor taken te kunnen vasthouden.

Bij bovenstaande vaardigheden moet informatie die wordt waargenomen, gekoppeld worden aan een motorische actie. Gebruikers moeten hierbij in beweging komen, of juist een positie vasthouden. Heeft u in uw SHX ruimte de beschikking over zachte materialen zoals trappen en cylinder- of wigvormige kussens? Dan kunt u eenvoudig werken aan houdingsregulatie door de gebruiker hierop te laten zitten of spelen. Als zij meer controle hebben over de motoriek, kunt u opdrachten geven waarbij ze verschillende houdingen aan moeten nemen, bijvoorbeeld zittend op een cylinderkussen naar voren en achteren bewegen.

De bubbelbuis, eventueel gevuld met een ballenset, leent zich uitstekend voor activiteiten voor oog-handcoördinatie of visueel-motorische controle. Stel de bubbelbuis zo in dat er steeds één bubbel verschijnt wanneer u op de knop drukt. Laat de cliënt de bubbelbuis aanraken zodra ze de bubbel zien verschijnen en deze helemaal tot boven volgen. Dit kan met één hand, maar uiteraard ook met twee handen tegelijk. Cliënten die motorisch niet in staat zijn de bubbelbuis aan te raken, kunnen de bubbels met de ogen volgen om de visueel-motorische controle te trainen.

Ook met UV-licht kunt u zeer aansprekende activiteiten bedenken voor het bevorderen van de oog-handcoördinatie, visueel-ruimtelijk inzicht en de visueel-motorische controle. Geef de cliënt bijvoorbeeld een witte handschoen aan en laat hem of haar reiken naar oplichtende voorwerpen die op het rolstoelblad geplaatst worden. Door het UV-effect is de visuele afleiding voor de cliënt minimaal wat niet alleen de oog-handcoördinatie enorm ten goede komt, maar de cliënt ook beter in staat stelt de aandacht vast te houden voor de activiteit. De visueel-motorische controle bevordert u door bijvoorbeeld zelf in de ruimte te bewegen met oplichtende materialen zoals ballen of stokjes. Kijk of de cliënt opnieuw kan fixeren op het voorwerp door deze geheel met de handen te omsluiten, waardoor het voor de cliënt niet meer zichtbaar is, en het weer te laten verschijnen op een andere plek. Met UV-licht voegt u ‘magische’ activiteiten toe aan uw SHX snoezelruimte!

Cognitieve intelligentie
Alle voorgaande, onderliggende bouwstenen heeft een persoon nodig om de punt van de piramide te bereiken, deze vijfde laag bevat aspecten die vallen onder cognitieve intelligentie:

  • ADL of Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen: hieronder vallen alledaagse taken zoals eten, naar het toilet gaan, wassen.
  • Gedrag: het vermogen het gedrag aan te passen aan een situatie.
  • Schoolse vaardigheden: vaardigheden die nodig zijn om deel te kunnen nemen aan onderwijs, bv. stil kunnen zitten en volgordes aanhouden tijdens een taak of activiteit.

Ook voor de bouwstenen in de punt van de leerpiramide kunt u eigen materialen creëren met de SHX software, of passende activiteiten kiezen uit het brede aanbod kant-en-klare materialen. U kunt voor het stimuleren van schoolse vaardigheden bijvoorbeeld in de Luminea app een kleurenreeks voordoen voor de gebruiker, waarna deze de reeks precies moet nadoen. De Luminea elementen in de ruimte zullen oplichten in de bijbehorende kleuren. U kunt de reeks steeds verder uitbreiden of van volgorde wisselen.

Met de SHX Proximity kunt u concrete voorwerpen matchen met afbeeldingen of filmpjes van dagelijkse handelingen. Zo kunt u bijvoorbeeld voorwerpen verzamelen die te maken hebben met een ADL-activiteit zoals wassen en aankleden. Gebruikers moeten bedenken in welke handelingsvolgorde ze de voorwerpen, bijvoorbeeld een washand, haarborstel en sok, het beste kunnen gebruiken. Wanneer ze het voorwerp op de Proximity plaatsen volgt een afbeelding of filmpje van de betreffende handeling. Zowel de voorwerpen, gekozen handelingsvolgorde als de afbeeldingen of filmpjes bieden aanknopingspunten voor een gesprek en laat gebruikers op een interactieve manier kennismaken met en nadenken over dagelijkse handelingen.

Het belang van de bouwstenen
Wanneer het centrale zenuwstelsel en de sensorische processen niet functioneren zoals dat zou moeten, kan er een domino-effect ontstaan dat helemaal doorwerkt naar de top van de piramide. Om vaardigheden van een hoger niveau, zoals praten, taalgebruik, probleemoplossing en kritisch denken, te leren beheersen, is het noodzakelijk dat de sensorische integratie probleemloos verloopt. Als dit niet het geval is, kunnen er communicatie-, gedrags- en leerproblemen ontstaan.

Net als bij een echte piramide kun je geen (bouw)stenen op elkaar plaatsen totdat de stenen van het fundament op hun plek liggen. Elke steen is afhankelijk van stevige en stabiele stenen die lager in de piramide liggen. Op dezelfde manier zorgt het sensorische systeem van een kind voor de basis van alle andere, moeilijkere vaardigheden. Het betekent overigens niet dat de ontwikkeling van al deze bouwstenen in chronologische volgorde verloopt, soms ontwikkelt de ene bouwsteen zich gewoon wat sneller of langzamer dan de andere.

Bij de meeste cliënten die gebruik maken van een SHX snoezelruimte is er sprake van een of meer bouwstenen die niet goed of helemaal niet tot ontwikkeling komen. Zoals u heeft kunnen lezen, is het mogelijk deze bouwstenen op talloze manieren te stimuleren met de SHX materialen.

De leerpiramide is overigens slechts één theorie die u kan ondersteunen zo optimaal mogelijk gebruik te maken van een SHX snoezelruimte, maar is zeker niet de enige. Het is belangrijk niet te veel van uw cliënten te verwachten en alert te zijn op de kleinste reacties. Want vooruitgang, hoe minimaal ook, kan er voor iedereen anders uitzien. Hou vol, wissel af, probeer opnieuw en onthoud dat veel van uw cliënten misschien nooit de top van de piramide zullen bereiken, ook dit is OK.

Ga aan de slag met SHX, kies uit de kant-en-klare activiteiten óf maak uw eigen materialen, de mogelijkheden zijn eindeloos!

 

Een SHX snoezelruimte biedt oneindig veel mogelijkheden om cliënten in hun ontwikkeling te stimuleren. Maar hoe doet u dat nou precies? Welke activiteiten kiest u en waarom? En hoe past u op een zinvolle manier eigen materialen toe?

De leerpiramide is een verhelderende theorie die u hierbij op weg kan helpen. Veel van de kant-en-klare materialen binnen de SHX software zijn gebaseerd op deze leerpiramide. Maar het biedt ook houvast bij het ontwikkelen van uw eigen activiteiten. Zo maakt u op een onderbouwde manier gebruik van het SHX systeem en kunt u uw cliënten optimaal stimuleren in hun ontwikkeling met materialen die steeds nieuwe uitdagingen bieden. Wij lichten deze leerpiramide daarom graag voor u toe!

Wat is de leerpiramide?
In 1991 bedachten ergotherapeut Kathleen Taylor en docent speciaal onderwijs Maryann Trott de theorie van de leerpiramide. Hun uitgangspunt hierbij was dat het leerproces van kinderen zich vanuit een brede basis ontwikkelt en dat de sensorische integratie, het verwerken van zintuiglijke informatie, een grote rol speelt bij deze ontwikkeling. De ergotherapeuten Williams en Shellenberger voegden in 1996 een verhelderende afbeelding toe aan de theorie van de leerpiramide. Nog altijd wordt deze wereldwijd gebruikt bij de begeleiding van cliënten met uiteenlopende problematiek. De piramide laat zien op welke manier ons lichaam prikkels en informatie vanuit de wereld om ons heen organiseert en maakt inzichtelijk hoe zintuigen en vaardigheden met elkaar samenhangen.

De ontwikkeling van baby’s en jonge kinderen begint met het leren beheersen van fysieke en sensorische vaardigheden. Onze zeven zintuigen vormen hierbij de fundamentele bouwstenen, die zelfs al voor de geboorte actief zijn. Naarmate we groeien, verwerven we normaalgesproken steeds meer vaardigheden. Maar als de bouwstenen voor dit leerproces niet goed op hun plek liggen, dan kunnen er problemen optreden in onze ontwikkeling. Met SHX is het mogelijk om aan al deze bouwstenen te werken, zodat ook achterblijvende of verstoorde bouwstenen gestimuleerd worden.

Fundament en de sensorische systemen
De leerpiramide verbeeldt een manier van kijken naar het hele individu. De basis, of het fundament van de piramide wordt gevormd door het centraal zenuwstelsel, dat directe ondersteuning biedt aan de tweede laag, de sensorische systemen oftewel de zintuigen. Deze sensorische systemen zijn uiterst belangrijk voor de basale beleving van het eigen lichaam: weten wie je bent en waar jouw lichaam ophoudt. De sensorische systemen bestaan uit:

  • Tast: het gevoel op onze huid, hieronder vallen druk, pijn en temperatuur.
  • Evenwicht: het evenwichtsorgaan in het binnenoor geeft informatie door aan de hersenen over de stand van het hoofd, visuele informatie die wordt waargenomen en het gevoel in de spieren en pezen. Het ontwikkelt zich door beweging zoals glijden, schommelen, draaien en springen.
  • Proprioceptie: het vermogen om de positie van het eigen lichaam en de lichaamsdelen te bepalen. Deze informatie is afkomstig van de werking van gewrichten en spieren en ook dit zintuig ontwikkelt zich door beweging: duwen, trekken, zware en vreemde objecten tillen, klimmen.
  • Reuk: waarnemen wat je ruikt.
  • Visus: waarnemen wat je ziet zoals kleur, vorm, grootte, beweging.
  • Gehoor: waarnemen wat je hoort zoals ritme, luidheid, simpele en meer complexe geluiden.
  • Smaak: waarnemen wat je proeft zoals zoet, zout, zuur, bitter.

Met SHX kunt u activiteiten kiezen of maken die de individuele zintuigen aanspreken. Voor cliënten met een laag niveau kiest u aanvankelijk activiteiten die een beroep doen op afzonderlijke zintuigen, bijvoorbeeld de visus: u laat de gehele ruimte in een bepaalde kleur oplichten. Later kunt u de prikkel ingewikkelder maken door bijvoorbeeld een enkele lamp op te laten lichten of de lichtprikkel door de ruimte te verplaatsen met de lichtslang. Nog iets complexer is het aanbieden van meerdere visuele prikkels door bv. verschillende lichtbronnen tegelijk op te laten lichten of afbeeldingen van verschillende vormen te laten verschijnen, eerst met dezelfde kleuren, later allemaal verschillend.

Zo zijn er mogelijkheden om individuele zintuigen te prikkelen of, in een later stadium, complexere activiteiten aan te bieden om meerdere zintuigen tegelijk te stimuleren. Koppel bijvoorbeeld geluiden aan herkenbare afbeeldingen: een zingende vogel, geluid en beeld van een regenbui of een rijdende auto. Op het niveau van de sensorische systemen is het belangrijk de gebruiker veel tijd te geven om op de aangeboden stimuli te reageren. Soms moet u een stap terug doen of activiteiten vaak herhalen. De reactie van uw cliënt kan heel klein en subtiel zijn, dus wees alert, geef de tijd en laat merken dat u hun reactie heeft opgemerkt!

De sensomotorische ontwikkeling
Uit een adequate registratie en verwerking van informatie van de sensorische systemen volgt een adequate sensomotorische ontwikkeling, dit is de derde laag in de piramide. Deze omvat:

  • Houdingszekerheid: het gevoel van veiligheid en zekerheid wanneer we bewegen in de ruimte en onze positie veranderen in relatie tot de zwaartekracht. Houdingszekerheid voorkomt dat je valt.
  • Bewustzijn twee lichaamszijden: het besef dat het lichaam een linker- en een rechterzijde heeft.
  • Motorische planning: het vermogen om bewegingen te plannen.
  • Lichaamsbesef: bewustzijn van de verschillende lichaamsdelen en wat je ermee kan doen, dit ontstaat door beweging.
  • Reflexontwikkeling: de ontwikkeling van reflexen, deze zorgen er bv. voor dat je je niet brandt of op tijd reageert op gevaar.
  • Vermogen informatie te filteren: kunnen onderscheiden welke sensorische ervaringen belangrijk zijn en welke minder belangrijk.

Ook voor de sensomotorische bouwstenen van de leerpiramide kunt u activiteiten bedenken met de verschillende materialen in een SHX snoezelruimte. Zo kunt u bij uw cliënt het bewustzijn stimuleren dat het lichaam bestaat uit meerdere zijden door het vibrerende kussen op verschillende plaatsen tegen het lichaam te drukken. Kies de favoriete muziek van de gebruiker en laat hen het ritme afwisselend links en rechts of op de borst of rug ervaren.

Heeft uw cliënt moeite met de motorisch planning van bewegingen? Stel dan bijvoorbeeld de bubbelbuis zo in dat er alleen een bubbel verschijnt als de gebruiker op een aangesloten schakelaar drukt. U kunt dit laten doen op een willekeurig moment of, als de cliënt al wat verder is in zijn ontwikkeling, nadat u een opdracht gegeven heeft. Voor de ontwikkeling van het lichaamsbesef kunt u de gebruiker laten rollen met de reuzendobbelsteen. Iedere keer dat de dobbelsteen op een andere zijde wordt gerold, verschijnt er een andere scène in de projectie of verandert de ruimte van kleur. Moedig cliënten aan verschillende lichaamsdelen te gebruiken om de dobbelsteen te rollen. Naast het stimuleren van het lichaamsbesef door gevarieerd te bewegen, bevordert deze activiteit ook weer het bewustzijn van de verschillende lichaamszijden.

De perceptueel-motorische ontwikkeling
De sensomotorische ontwikkeling ondersteunt vervolgens de vierde laag van de leerpiramide, de perceptueel-motorische ontwikkeling. Hieronder vallen:

  • Oog-handcoördinatie: het vermogen om acties uit te voeren die het gelijktijdig gebruik van de ogen en handen vereisen.
  • Visueel-motorische controle: het vermogen dingen in de omgeving te lokaliseren en de blik hierop te fixeren.
  • Houdingsregulatie: het vermogen de houding aan te passen om het lichaam in balans te houden.
  • Auditieve taalvaardigheden: het vermogen adequaat te luisteren en spreken.
  • Visueel-ruimtelijk inzicht: het vermogen afstanden en verhoudingen in de omgeving in te schatten en verbanden te zien tussen informatie die wordt waargenomen.
  • Aandachtsfuncties: het vermogen de aandacht voor taken te kunnen vasthouden.

Bij bovenstaande vaardigheden moet informatie die wordt waargenomen, gekoppeld worden aan een motorische actie. Gebruikers moeten hierbij in beweging komen, of juist een positie vasthouden. Heeft u in uw SHX ruimte de beschikking over zachte materialen zoals trappen en cylinder- of wigvormige kussens? Dan kunt u eenvoudig werken aan houdingsregulatie door de gebruiker hierop te laten zitten of spelen. Als zij meer controle hebben over de motoriek, kunt u opdrachten geven waarbij ze verschillende houdingen aan moeten nemen, bijvoorbeeld zittend op een cylinderkussen naar voren en achteren bewegen.

De bubbelbuis, eventueel gevuld met een ballenset, leent zich uitstekend voor activiteiten voor oog-handcoördinatie of visueel-motorische controle. Stel de bubbelbuis zo in dat er steeds één bubbel verschijnt wanneer u op de knop drukt. Laat de cliënt de bubbelbuis aanraken zodra ze de bubbel zien verschijnen en deze helemaal tot boven volgen. Dit kan met één hand, maar uiteraard ook met twee handen tegelijk. Cliënten die motorisch niet in staat zijn de bubbelbuis aan te raken, kunnen de bubbels met de ogen volgen om de visueel-motorische controle te trainen.

Ook met UV-licht kunt u zeer aansprekende activiteiten bedenken voor het bevorderen van de oog-handcoördinatie, visueel-ruimtelijk inzicht en de visueel-motorische controle. Geef de cliënt bijvoorbeeld een witte handschoen aan en laat hem of haar reiken naar oplichtende voorwerpen die op het rolstoelblad geplaatst worden. Door het UV-effect is de visuele afleiding voor de cliënt minimaal wat niet alleen de oog-handcoördinatie enorm ten goede komt, maar de cliënt ook beter in staat stelt de aandacht vast te houden voor de activiteit. De visueel-motorische controle bevordert u door bijvoorbeeld zelf in de ruimte te bewegen met oplichtende materialen zoals ballen of stokjes. Kijk of de cliënt opnieuw kan fixeren op het voorwerp door deze geheel met de handen te omsluiten, waardoor het voor de cliënt niet meer zichtbaar is, en het weer te laten verschijnen op een andere plek. Met UV-licht voegt u ‘magische’ activiteiten toe aan uw SHX snoezelruimte!

Cognitieve intelligentie
Alle voorgaande, onderliggende bouwstenen heeft een persoon nodig om de punt van de piramide te bereiken, deze vijfde laag bevat aspecten die vallen onder cognitieve intelligentie:

  • ADL of Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen: hieronder vallen alledaagse taken zoals eten, naar het toilet gaan, wassen.
  • Gedrag: het vermogen het gedrag aan te passen aan een situatie.
  • Schoolse vaardigheden: vaardigheden die nodig zijn om deel te kunnen nemen aan onderwijs, bv. stil kunnen zitten en volgordes aanhouden tijdens een taak of activiteit.

Ook voor de bouwstenen in de punt van de leerpiramide kunt u eigen materialen creëren met de SHX software, of passende activiteiten kiezen uit het brede aanbod kant-en-klare materialen. U kunt voor het stimuleren van schoolse vaardigheden bijvoorbeeld in de Luminea app een kleurenreeks voordoen voor de gebruiker, waarna deze de reeks precies moet nadoen. De Luminea elementen in de ruimte zullen oplichten in de bijbehorende kleuren. U kunt de reeks steeds verder uitbreiden of van volgorde wisselen.

Met de SHX Proximity kunt u concrete voorwerpen matchen met afbeeldingen of filmpjes van dagelijkse handelingen. Zo kunt u bijvoorbeeld voorwerpen verzamelen die te maken hebben met een ADL-activiteit zoals wassen en aankleden. Gebruikers moeten bedenken in welke handelingsvolgorde ze de voorwerpen, bijvoorbeeld een washand, haarborstel en sok, het beste kunnen gebruiken. Wanneer ze het voorwerp op de Proximity plaatsen volgt een afbeelding of filmpje van de betreffende handeling. Zowel de voorwerpen, gekozen handelingsvolgorde als de afbeeldingen of filmpjes bieden aanknopingspunten voor een gesprek en laat gebruikers op een interactieve manier kennismaken met en nadenken over dagelijkse handelingen.

Het belang van de bouwstenen
Wanneer het centrale zenuwstelsel en de sensorische processen niet functioneren zoals dat zou moeten, kan er een domino-effect ontstaan dat helemaal doorwerkt naar de top van de piramide. Om vaardigheden van een hoger niveau, zoals praten, taalgebruik, probleemoplossing en kritisch denken, te leren beheersen, is het noodzakelijk dat de sensorische integratie probleemloos verloopt. Als dit niet het geval is, kunnen er communicatie-, gedrags- en leerproblemen ontstaan.

Net als bij een echte piramide kun je geen (bouw)stenen op elkaar plaatsen totdat de stenen van het fundament op hun plek liggen. Elke steen is afhankelijk van stevige en stabiele stenen die lager in de piramide liggen. Op dezelfde manier zorgt het sensorische systeem van een kind voor de basis van alle andere, moeilijkere vaardigheden. Het betekent overigens niet dat de ontwikkeling van al deze bouwstenen in chronologische volgorde verloopt, soms ontwikkelt de ene bouwsteen zich gewoon wat sneller of langzamer dan de andere.

Bij de meeste cliënten die gebruik maken van een SHX snoezelruimte is er sprake van een of meer bouwstenen die niet goed of helemaal niet tot ontwikkeling komen. Zoals u heeft kunnen lezen, is het mogelijk deze bouwstenen op talloze manieren te stimuleren met de SHX materialen.

De leerpiramide is overigens slechts één theorie die u kan ondersteunen zo optimaal mogelijk gebruik te maken van een SHX snoezelruimte, maar is zeker niet de enige. Het is belangrijk niet te veel van uw cliënten te verwachten en alert te zijn op de kleinste reacties. Want vooruitgang, hoe minimaal ook, kan er voor iedereen anders uitzien. Hou vol, wissel af, probeer opnieuw en onthoud dat veel van uw cliënten misschien nooit de top van de piramide zullen bereiken, ook dit is OK.

Ga aan de slag met SHX, kies uit de kant-en-klare activiteiten óf maak uw eigen materialen, de mogelijkheden zijn eindeloos!